DE CURSIST KAN:
|
1. tekeningen lezen |
||
|
|
||
|
Praktijk |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
lezen
van tekeningen van meetkundige lichamen: prisma's, cilinders, piramides,
kegels, bakken |
|
Rc |
|
2.
lezen
van werktekeningen van scheepsbouwkundige constructies |
|
Pc |
|
Theorie |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
lezen
van tekeningen volgens de Amerikaanse projectiemethode |
|
Rc |
|
2.
lezen
van tekeningen volgens de isometrische projectiemethode |
|
Rc |
|
3.
omschrijven
van begrippen m.b.t. gebogen plaatvelden, zoals: neutrale lijn, diameter,
straal, gebogen lijn |
|
Bb |
|
4.
interpreteren
en construeren van meetkundige constructies: ·
hoeken
construeren van 60° en 90° ·
hoeken
doormidden delen ·
hoeken
overbrengen ·
een
lijnstuk verdelen in een willekeurig aantal gelijke stukken ·
de
omtrek van een cirkel verdelen in resp. 4, 6, 8, en 12 gelijke stukken |
|
Pc |
|
5.
herkennen
van meetkundige lichamen, zoals: prisma’s, cilinders, piramides en kegels |
|
Rc |
|
6.
opzoeken
en verklaren van genormaliseerde mate-riaalaanduidingen aluminium,
roestvaststaal, staal |
|
Bb |
|
7.
lezen
van genormaliseerde aanduidingen op werktekeningen: ·
plaat,
plat, profiel, pijp ·
lasaanduidingen ·
boutverbindingen ·
maattoleranties ·
vorm-
en plaatstoleranties |
|
Rc |
DE CURSIST KAN:
|
2. uitslagen van plaatwerk maken |
||
|
|
||
|
Praktijk |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
(af)tekenen
van uitslagen van prisma’s, cilinders en delen ervan, rekening houdend met
plaatdikte en plaats van de lasnaad (de deellijnen komen in tenminste één
aanzicht als ware lengte voor) |
|
Rpm,c |
|
2.
(af)tekenen
van uitslagen van rechte cilinders die haaks of schuin op elkaar staan,
rekening houdend met plaatdikte en lasnaad (de deellijnen komen in tenminste
één aanzicht als ware lengte voor) |
|
Ppm |
|
3.
(af)tekenen
van uitslagen van bakken rekening houdend met plaatdikte en lasnaad
(grondvlak en bovenvlak zijn evenwijdig aan het horizontale projectievlak en
hebben de vorm van een rechthoek of een regelmatige zeshoek) |
|
Ppm |
|
4.
(af)tekenen
van uitslagen van hele of afgeknotte piramides, rekening houdend met
plaatdikte en plaats van de lasnaad |
|
Ppm |
|
5.
(af)tekenen
van uitslagen van hele of afgeknotte kegels, rekening houdend met plaatdikte
en plaats van de lasnaad |
|
Ppm |
|
Theorie |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
construeren
van uitslagen van prisma´s, cilinders of delen hiervan, waarbij de deellijnen
in één aanzicht als ware lengte voorkomen: ·
de
haakse doorsnede is gegeven of moet worden geconstrueerd ·
tekenen
van de neutrale lijn in de haakse doorsnede ·
berekenen
of opmeten van de ontwikkelde lengte van de neutrale lijn van de uitslag |
|
Rpm |
|
2.
construeren
van uitslagen van rechte cilinders die haaks of schuin op elkaar staan,
waarbij de deellijnen in tenminste één aanzicht als ware lengte voorkomen: ·
construeren
van de aansnijdingslijnen ·
berekenen
of opmeten van de lengte van de neutrale lijn van de uitslag |
|
Ppm |
|
3.
construeren
van uitslagen van bakken, waarvan het grondvlak en het bovenvlak evenwijdig
zijn aan het horizontale projectievlak: ·
grondvlak
en/of bovenvlak hebben de vorm van een rechthoek of een regelmatige zeshoek ·
construeren
van de uitslag door neerklappen of uitrollen van de zijvlakken over de
neutrale lijn; de ware lente van de neutrale lijn opnemen uit één van de
aanzichten |
|
Rpm |
|
4.
construeren
van uitslagen van hele en afgeknotte piramides: ·
ware
lengtes van ribben bepalen door omwenteling of constructie ·
ware
vorm van het afgeknotte vlak construeren |
|
Rpm |
|
5.
construeren
van uitslagen van hele en afgeknotte kegels: ·
ware
lengtes van deellijnen bepalen door omwenteling of constructie ·
ware
vorm van het afgeknotte vlak construeren |
|
Rpm |
DE CURSIST KAN:
|
3.de scheepsvorm relateren aan
spantlijnen, waterlijnen, vertikalen en sentlijnen |
||
|
|
||
|
Praktijk |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
tekenen
van een horizontale doorsnede van de scheepsvorm (waterlijnen), vanuit een
gegeven spantenvloer |
|
Rpm |
|
2.
tekenen
van een vertikale langsdoorsnede van de scheepsvorm (vertikalen), vanuit een
gegeven spantenvloer |
|
Rpm |
|
3.
tekenen
van een willekeurige langsdoorsnede (sentlijnen), vanuit een gegeven
spantenvloer |
|
Rpm |
|
Theorie |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
lezen
en interpreteren van het lijnenplan: ·
Horizontaal:
HS-lijn, verticalen, spantlijnen, waterlijnen, deklijnen ·
Vertikaal:
basislijn, spantlijnen, vertikalen, deklijnen ·
Willekeurig:
sentlijnen ·
Spantenvloer:
HS-lijn, basislijn, waterlijnen, vertikalen, sentlijnen, spantlijnen, deklijn |
|
Rc |
DE CURSIST KAN:
|
4. vlakke platen afschrijven met
behulp van een in de spantenvloer voorkomende of te plaatsen werklijn |
||
|
|
||
|
Praktijk |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
afschrijven
(vanuit een gegeven spantenvloer) van dwarsscheepse onderdelen, zoals:
dwarsdrager, dwarsschot, knie, plaatspant, vrang, enz. |
|
Ppm |
|
2.
afschrijven
(vanuit een gegeven spantenvloer) van langsscheepse onderdelen, zoals:
bordes, dekplaat, huidplaat, kimkiel, langsdrager, langsschot, stringer,
tanktop, enz. (de onderdelen staan loodrecht op het spantvlak) |
|
Ppm |
|
3.
afschrijven
van onderdelen m.b.v. een rollijn, zoals: dekplaat, kimplaat, langsdrager,
tanktop, enz.: ·
de
rollijn staat in de gegeven vloer loodrecht op de spantlijnen ·
de
ontwikkelde rollijn is recht |
|
Ppm |
|
Theorie |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
construeren
van uitslagen van vlakke dwarsscheepse onderdelen: ·
een
onderdeel in de spantenvloer plaatsen ·
de
geometrie van het betreffende onderdeel vanuit de spantenvloer bepalen,
gebruik makend van een orthogonaal assenstelsel, bestaande uit voorkomende of
te plaatsen werklijnen |
|
Rpm |
|
2.
construeren
van uitslagen van vlakke langsscheepse onderdelen: ·
onderdeel
in de spantenvloer plaatsen ·
van
het betreffende onderdeel de geometrie bepalen door de ene dimensie uit de
spantenvloer op te nemen en de andere dimensie te bepalen vanaf de werktekening |
|
Rpm |
|
3.
construeren
van uitslagen van vlakke platen m.b.v. een rollijn: ·
onderdeel
in de vloer plaatsen ·
rollijn
in de vloer plaatsen ·
rollijn
ontwikkelen ·
van
het betreffende onderdeel de geometrie ·
bepalen
door de ene dimensie uit de spantenvloer op te nemen en de andere dimensie te
bepalen m.b.v. de ontwikkelde rollijn |
|
Rpm |
DE CURSIST KAN:
|
5. afschrijven met behulp van hoogte-,
breedte-, lengte- strooklatten |
||
|
|
||
|
Praktijk |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
de
geometrische gegevens overbrengen op latten |
|
Ppm |
|
2.
afschrijven
m.b.v. breedte- en hoogtelat van dwarsscheepse onderdelen, zoals:
dwarsdrager, dwarsschot, knie,, plaatspant, vrang, enz. |
|
Ppm |
|
3.
afschrijven
m.b.v. breedte- en lengtelat van langsscheepse, min of meer horizontale
onderdelen, zoals: bordes, dekplaat, kimkiel, kimplaat, stringer, tanktop,
vlakplaat, enz. |
|
Ppm |
|
4.
afschrijven
m.b.v. hoogte-, en lengtelat van langsscheepse, min of meer vertikale
onderdelen, zoals: langsdrager, langsschot, huidplaat (zijplaat), zaathout,
enz. |
|
Ppm |
|
Theorie |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
de
methode omschrijven voor het overbrengen van geometrische gegevens op latten
(hoogtelat, breedtelat en lengtelat |
|
Fp |
DE CURSIST KAN:
|
6. plaat-, vorm- en aftekenlijnen
coderen |
||
|
|
||
|
Praktijk |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
plaatvorm
en aftekenlijnen coderen |
|
Rc |
|
Theorie |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
het
orthogonaal assenstelsel toepassen |
|
Rc |
|
2.
de
geometrische gegevens coderen (van punten de coördinaten bepalen) |
|
Ff |
|
3.
gegeven
coordinaten de geometrie van het af te schrijven onderdeel bepalen door het
uitzetten van punten in een orthogonaal assenstelsel |
|
Rc |
DE CURSIST KAN:
|
7. constructiedelen afschrijven met
behulp van spantenvloer en constructietekeningen met gebruik van
afkortingen, termen en begrippen |
||
|
|
||
|
Praktijk |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
de
afgeschreven onderdelen voorzien van afkortingen, termen en begrippen, zoals:
BB, SB, TT, Gip, HS, de afk. van Centre Line, MZH, ZZH, RL, SPT, WD, WL, VK,
enz. |
|
Ppm |
|
2.
aanbrengen
van merktekens, zoals: centeren , aanhalen (markeren) en merken |
|
Rpm |
|
3.
aanbrengen
van bewerkingstekens, zoals: Haaks, DKS, AKS, DKDR, AKDR |
|
Rpm |
|
Theorie |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
omschrijven
van afkortingen in de scheepsbouw, zoals: ALL, VLL, BB, SB, DB, TT, Gip, HS,
de afk. van Centre Line, MZH, ZZH, RL, SPT, WD, WL, VK |
|
Ff |
|
2.
verklaren
van termen in de scheepsbouw |
|
Bb |
|
3.
benoemen
van merktekens |
|
Ff |
|
4.
benoemen
van bewerkingstekens |
|
Ff |
DE CURSIST KAN:
|
8. plaatdelen nesten in relatie met de
aard van de scheidende bewerking |
||
|
|
||
|
Praktijk |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
onderdelen
en plaatdelen nesten in relatie met de scheidende bewerking, zoals: knippen,
snijbranden en zagen |
|
Rc |
|
Theorie |
Specificatie |
Taxonomie |
|
1.
kenmerken
omschrijven bij het nesten t.b.v. knippen, rekening houdend met kniplijnen |
|
Bb |
|
2.
kenmerken
omschrijven bij het nesten t.b.v. thermisch snijden, rekening houdend met de
breedte van de snijspleet |
|
Bb |
|
3.
kenmerken
beschrijven bij het nesten t.b.v. zagen, rekening houdend met de breedte van de zaagsnede |
|
Bb |