In deze module gaat het over het belang van goede werkopdrachten. Deze moeten in overeenstemming zijn met het opleidingsprogramma van de leerling en hij zal hierin dan ook duidelijk zijn leerdoelen moeten herkennen. Het persoonlijk ontwikkelingsplan speelt hier een belangrijke rol in.
Vervolgens wordt gekeken naar de begrippen uitdagendheid, complexiteit en zelfstandigheid, die in overeenstemming dienen te zijn met het niveau van de leerling. Tot slot: waar vindt u waardevolle informatie voor geschikte werkopdrachten?
1.1 Leerdoelen
Scholen zijn verantwoordelijk voor het realiseren van een juiste opleiding en leeromgeving voor leerlingen. Dit vloeit voort uit wetgeving, curricula en andere documenten die het proces begeleiden en sturen.
Het hoofddoel van het leren in een leerbedrijf is om vaardigheden te oefenen en competenties te ontwikkelen die noodzakelijk zijn in het “echte werk”. Deze vaardigheden en competenties worden expliciet beschreven in beroepscompetentieprofielen die gepubliceerd worden door brancheorganisaties. Zij moeten deze documenten opstellen in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven.
Als praktijkopleider deelt u de verantwoordelijkheid om na te gaan en vast te leggen dat de leerling de opleidingsdoelen behaalt, waar u zich immers ook aan heeft gecommitteerd.
1.2 Opleidingsdocumenten
Het is belangrijk dat u inzicht hebt in de diverse opleidingsdocumenten. Dit is niet alleen van belang voor de opleiding van de leerling, maar ook voor de communicatie met de school:
• Kwalificatiedossiers, kwalificatieprofielen en beroepscompetentieprofielen: Het is belangrijk dat u weet waarvoor uw leerling wordt opgeleid. U kunt deze documenten op www.kenteq.nl vinden.
• BPV-begeleidingsinstrument: Een BPV-begeleidingsinstrument is ontwikkeld om de begeleiding van de leerling zo eenvoudig mogelijk te maken. Het is belangrijk dat het instrument consequent bijgehouden wordt en regelmatig op school ingeleverd wordt om voor akkoord getekend te worden. De benodigde begeleidingsinstrumenten dient u te krijgen via de school. Lees ook verderop over het praktijkleerplan en het digitale planningsprogramma;
• Persoonlijk ontwikkelingsplan: Het is belangrijk dat u inzicht / inspraak hebt in de POP van de leerling. Dit is belangrijk voor de planning van de opleiding bij u in het leerbedrijf. Als de werkzaamheden het nodig maken, zullen sommige onderdelen misschien op een andere tijd moeten gebeuren dan dat in eerst instantie in de POP is opgenomen.
1.3 Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) van de leerling
Naast een portfolio, waarin de leerling aan de hand van verschillende soorten illustraties laat zien aan welke competenties hij gewerkt heeft, werkt hij met een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP). Hierin geeft hij aan welke persoonlijke doelen hij met zijn opleiding wil bereiken. In de POP wordt aangegeven hoe de opleiding van een leerling gaat verlopen; ook de BPV. Aan de hand van dit plan kan hij – binnen de gestelde opleidingseisen en in overleg met zijn BPV-begeleider – zoveel mogelijk zijn eigen leerweg bepalen. Deze eigen leerweg beschrijft de doelen, activiteiten en plannen om zijn opleiding vorm te geven en te werken aan verschillende competenties. De POP vormt de basis voor de leerweg door de gehele opleiding.
1.4 Leren binnen het bedrijf
Wat zijn de verschillende beroepen en taken die binnen uw bedrijf voorkomen? Welke taken zijn geschikt om een leerling op te leiden, afhankelijk van hoever een leerling in zijn opleiding is.
In verschillende functies kunnen de leerlingen ervaring opdoen met het zelfstandig plannen en uitvoeren van taken. Echter voor andere taken zal de leerling instructie, toezicht en herhaling nodig hebben, in de uitvoering van zijn werk. Denk eens over de volgende zaken na:
1.5 Opleiden in een bedrijf en beroepsmatige ontwikkeling
Wanneer er een leerling in uw bedrijf komt, moeten er vragen beantwoord worden, zoals:
Aan de hand van de antwoorden kunt u een opleidingsplan opstellen voor de leerling.
Om dit goed te doen, moeten de volgende aspecten in balans te zijn:
1.6 Taken die bij de leerling passen
Als praktijkopleider dient u oog te hebben voor de vraag welke taken tegemoet komen aan de leerdoelen van de leerling m.b.t. het leren in de praktijk. Of anders gezegd: U moet in staat zijn om leerdoelen te vinden in de verschillende taken die deel uitmaken van het reguliere werkaanbod.
Opdrachten die elementen in zich hebben van de vorige school of opleidingsperiode van de leerling zullen vaak taken zijn die de leerling onafhankelijk uit kan voeren.
Er zijn taken die door de leerling routinematig gedaan kunnen worden en waarvoor hij geen hulp nodig zal hebben. Echter als praktijkopleider zult u nog steeds de resultaten na moeten gaan en terugkoppeling moeten geven aan de leerling. Het is voor de leerling belangrijk om te weten of de opdrachten naar tevredenheid zijn uitgevoerd (of niet) en waarom.
1.7 Het toekennen van taken
De volgende vragen zijn cruciaal voor een praktijkopleider:
Hoe kiest u opdrachten uit? In principe zijn er twee mogelijkheden:
1. U kunt opdrachten kiezen die aansluiten bij de leerbehoeften van de leerling;
2. U kunt uitzoeken wat een leerling kan leren van een opgedragen werkopdracht.
Wat u ook kiest, de uit te voeren opdracht moet een relatie hebben met de leerdoelen.
De leerling moet ondersteund worden bij de uitvoering van opdrachten die van belang zijn voor zijn opleiding. In de meest optimale situatie bevatten de opdrachten wisselend de volgende aspecten:
1.8 Bepaal wat de leerling moet doen
Dit is niet hetzelfde als bepalen wat u de leerling wilt leren. Belangrijk is het verschil tussen leeractiviteiten en leerresultaten. Welk soort opdracht zal de leerling helpen om de doelen te bereiken die vooropgesteld zijn en hoe kan beoordeeld worden of dit succesvol is verlopen. De aard van de opdrachten wordt gerelateerd aan het stadium waarin het leren zich bevindt.
Het leren doorloopt drie stadia:
Het is dus zaak om regelmatig herhalings- en verwerkingsopdrachten uit te laten voeren, zodat nagegaan kan worden wat de leerling heeft onthouden, en of zijn vaardigheid op peil is gebleven. Kortom, breng de leerling in meerdere situaties waar dezelfde onderdelen op een andere manier terugkomen. Aansluiten bij de belevingswereld van de leerling zal dit proces positief beïnvloeden!
1.9 Leerplaatsen
Het zou kunnen dat u binnen uw bedrijf niet beschikt over de mogelijkheid om de leerling alle benodigde competenties aan te leren. Om deze reden zijn er in het bedrijfsleven allerlei opleidingsvormen ontstaan, waarin aanvullend geleerd kan worden. Voor de praktijkopleiding kan onderscheid gemaakt worden tussen vier soorten leerplaatsen:
• de werkplek;
• een praktijkcentrum;
• importeur / leverancier;
• de bedrijfsschool (trainingscentrum van het bedrijf).
1.9.1 De werkplek
De werkplek is de belangrijkste bron om praktijkervaring op te doen. In de erkenning als leerbedrijf ligt verankerd dat bepaalde opleidingen passen bij de werkzaamheden van het bedrijf. Dit zijn de opleidingen waarvoor het bedrijf erkend is. In kleinere bedrijven vindt het leerproces veelal plaats op de werkplek. Een leerplaats op de werkplek houdt in dat een onervaren werknemer meeloopt met een ervaren werknemer en zodoende het werk leert.
1.9.2 leerhoek / oefenhoek
Een mogelijkheid om leerlingen in een beschermde omgeving handelingen te laten oefenen, is door het inrichten van een aparte leerhoek / oefenhoek in het bedrijf, waarin zij de kans krijgen om fouten te maken en van fouten te leren. Voor installatiebedrijven, waar de werkplek veelal bij klanten is, kan de leerhoek / oefenhoek gebruikt worden voordat er bij de klant daadwerkelijk iets uitgevoerd wordt. De klant krijgt zo niet het gevoel dat hij als leerobject gebruikt wordt en hiervoor de volle prijs moet betalen.
De leerhoek / oefenhoek kan een aparte plek in het magazijn zijn waar op een bord bijvoorbeeld een schakeling nagebouwd kan worden of een sanitaire installatie opgehangen kan worden. Met kleine middelen kan een groot leereffect bereikt worden.
Mocht de werkplek niet van voldoende mogelijkheden voorzien zijn om alle praktijkervaring op te doen, dan is er de mogelijkheid om gebruik te maken van praktijkcentra.
1.9.3 Praktijkcentra
Soms blijkt dat bepaalde delen van de opleiding in het bedrijf niet voldoende aangeleerd kunnen worden. Om deze onderdelen meer aandacht te geven wordt in sommige regio’s van het land de mogelijkheid geboden om aanvullende scholing en training te volgen in een praktijkcentrum. Deze praktijkcentra zijn gezamenlijk opgezet door een aantal bedrijven en soms door een bepaalde sub-bedrijfstak.
Zo kent men bijvoorbeeld in de Achterhoek - ten behoeve van vakopleidingen elektro en metaal - de Anton Tijdinkschool en voor de Landbouwmechanisatie in Ede het PTC+. Hier kunnen opleidingen gevolgd worden, maar ook aanvullende, praktijkondersteunende dagen of weken. De opleidingsadviseur van Kenteq kan u ondersteunen in het selecteren van een praktijkcentrum voor het uitvoeren van additionele beroepspraktijkvorming.
1.9.4 Importeurs / leveranciers
Voortdurend verschijnen nieuwe producten en nieuwe generaties machines op de markt. Zowel voor verkoopdoeleinden, als voor het kunnen uitvoeren van reparaties en onderhoud, organiseren de leveranciers daarvan vaak cursussen en opleidingen voor werknemers van bedrijven die hun producten verkopen.
1.9.5 De bedrijfsschool
Bedrijfsscholen vinden we in het algemeen in grotere bedrijven. Ze zijn veelal opgericht omdat het reguliere beroepsonderwijs leerlingen aflevert die niet voldoende inzetbaar zijn om met dure apparatuur om te gaan of om op risicodragende werkplekken te werken. In de bedrijfsscholen ligt het accent op het aanleren van de vaktheorie en op het inoefenen van vaardigheden op oefenwerkstukken in de praktijkwerkplaats.
Tevens wordt er geleerd hoe het bedrijf in de productielijn werkvoorbereidingen en productiewerkzaamheden aanpakt. In veel gevallen wordt op de bedrijfsschool ook aandacht besteed aan tekeninglezen met dezelfde maatvoering die in het bedrijf gebruikt wordt. Vanuit het bedrijf gezien is een bedrijfsschool weliswaar een behoorlijke investering, maar ook een efficiënte manier om op te leiden. In de bedrijfsschool vindt het leerproces buiten de productie plaats. Op deze manier geeft het opleiden geen enkele verstoring van het productieproces.
1.10 Opleidingswerkplan
Plannen doen we allemaal; elke dag. Ondanks dat plannen ons dagelijkse werk is, hebben veel mensen daar moeite mee. Daarom is het verstandig om alle opleidingsactiviteiten schriftelijk vast te leggen in een opleidingswerkplan. Een plan voor het opleidingstraject, biedt de praktijkopleider houvast bij de begeleiding van de leerling en geeft de mogelijkheid de volgende vragen te beantwoorden:
• Welke leerdoelen moeten worden bereikt?
• Welke werkzaamheden passen bij de leerdoelen?
• Wat is de beginsituatie van de leerling?
• Wat zijn de leeractiviteiten?
• Hoe kan het beste worden beoordeeld?
In het opleidingswerkplan komen alle hiervoor genoemde aspecten van de opleiding samen en worden tot één plan gebundeld. Dit kan een gedetailleerd of een globaal plan zijn, als het maar genoeg houvast biedt om de leerling planmatig en binnen de gestelde tijd op te leiden voor het beroep.
Stappenplan
Voor het opstellen van het opleidingswerkplan vindt u hieronder een stappenplan.
Stap 1: Wat zijn de opleidingsmogelijkheden in het bedrijf?
• Welke opleidingen / kerntaken / competenties kunnen worden geleerd?
• Waar wordt opgeleid? (werkplek / oefenplek)
• Welke opleidingsfaciliteiten zijn beschikbaar?
Stap 2: Wat is het profiel van de leerling?
• Persoonlijke gegevens.
• Opleidingsloopbaan.
• Werkervaring.
• Motivatie.
Stap 3: Wat zijn de opleidingswensen van de leerling?
• Wat wil de leerling leren?
• Wat wil hij bereiken?
• Welke opleiding volgt hij?
Stap 4: Welke vakkennis en competenties zijn nodig?
• Wat vakkennis moet de leerling beheersen om de vakhandelingen te kunnen uitvoeren?
• Welke vaardigheden heeft hij nodig?
Stap 5: Wat moet buiten het bedrijf worden geleerd en hoe kan dit georganiseerd worden?
• Oefenwerk.
• Simulatie.
Stap 6: Hoe wordt de leerling geïntroduceerd?
• Uitleg gang van zaken.
• Rondleiding.
• Kennismaking.
• Inwerkperiode.
Stap 7: Hoe wordt de werkplek ingericht zodat deze geschikt is voor de leerling?
• Passend bij het niveau.
• Passend bij de opleiding.
• Roulatie.
Stap 8: Welke werkzaamheden zijn geschikt?
• Maak een overzicht van werkzaamheden die in het bedrijf voorkomen.
• Rangschik deze werkzaamheden naar moeilijkheidsgraad en complexiteit.
• Inventariseer opdrachten die een samengesteld karakter hebben.
Stap 9: Welke leerdoelen moeten worden gerealiseerd?
• Neem met de leerling zijn POP door en bepaal zo zijn persoonlijke leerdoelen. Neem ook het kwalificatieprofiel door en zorg dat ook deze leerdoelen meegenomen worden. De opleidingsadviseur van Kenteq kan u informeren over het kwalificatieprofiel. Overleg met de school wat en wanneer er op school wordt geleerd.
Stap 10: Voor welke leeractiviteiten is instructie noodzakelijk?
• Bepaal dit.
Stap 11: Voor welke leeractiviteiten is eerst oefenwerk nodig?
• Bepaal dit.
Stap 12: Welke leeractiviteiten kunnen tijdens het werk worden geleerd?
• Bepaal welke onderdelen van het programma moeten worden gesimuleerd.
Stap 13: Welke link is er tussen de leeractiviteiten en leerdoelen?
• Leg een verbinding tussen de werkzaamheden op het bedrijf en de leerdoelen van de opleiding. Zorg ervoor dat alle leerdoelen afgedekt worden door de leeractiviteiten.
Stap 14: Hoe kan ik de leerling coachen en begeleiden?
• Begeleidings- voortgangsgesprekken.
• Beoordelingsgesprekken.
Stap 15: Welke opleidingsmiddelen kan ik gebruiken?
• Planningsformulier.
• BPV-begeleidingsinstrument
• MentorTeq. (zie elders op deze website)
• Voortgangsformulier. (zie elders op deze website)
• Beoordelingsformulier. (zie elders op deze website)
• Leermiddelen.
Stap 16: Werk het opleidingswerkplan uit en verwerk het in een schema.
• De basis van de planning zijn de Leeractiviteiten binnen het bedrijf. Plan de Leeractiviteiten in de tijd en bepaal op welke momenten de diverse opdrachten af moeten zijn en wanneer de diverse gesprekken plaatsvinden.
1.11 Planningsformulier BPV
Plaats vervolgens de uit te voeren opdrachten in een planningsformulier zodat ze ook daadwerkelijk volgens planning worden uitgevoerd.
Het voorbeeld planningsformulier dat u hier kunt downloaden is een handig instrument om het opleidingswerkplan te structureren.
1.12 Digitale planningsprogramma’s
Om scholen en bedrijven te helpen bij het begeleiden en opleiden van beginnende vakmensen heeft Kenteq een begeleidingssysteem ontwikkeld waarmee praktijkopleiders en docenten gemakkelijk en inzichtelijk leerlingen kunnen volgen en aansturen. Dit is de web-applicatie MentorTeq 3.
MentorTeq 3 is een digitaal systeem dat ondersteunt bij de begeleiding van leerlingen in de beroepspraktijk. Denk daarbij aan het vastleggen van functioneringsgesprekken en het opstellen van een Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP). Daarnaast dient MentorTeq 3 als hulpmiddel voor de communicatie tussen het bedrijf, de leerling en de school. Immers alle partijen hebben toegang tot MentorTeq 3 en kunnen in één oogopslag zien wat de voortgang is.
Het bedrijf, de leerling en de school kunnen samen gebruik maken van dit instrument om het opleidingsplan en de voortgang van de leerling vast te leggen. Om een indruk te krijgen kunt u een kijkje nemen op de MentorTeq website. Zie www.mentorteq.nl. Hier kunt u ook een demo-inlog code aanvragen.
2.1 Uitdagendheid
Vaak komen leerlingen pas goed uit de verf als ze iets kunnen maken of doen dat aansluit bij hun eigen belevingswereld. Het zoeken naar een oplossing voor hun probleem is dan ineens veel belangrijker geworden, omdat zij hier direct mee gebaat zijn.
In een bedrijf werd de mogelijkheid geboden om op zaterdag te werken aan “minimotoren”. Hier kwamen veel vakhandelingen in voor die ook in de dagelijkse praktijk voorkwamen, zoals lassen, uitrichten en stellen. In hun ‘vrije tijd’ hebben hier 10 medewerkers aan meegewerkt met als resultaat: Iedereen had een minimotor, men was een hoop kennis en vaardigheid rijker en de sociale contacten tussen de werknemers onderling waren sterk verbeterd. Belangrijk is dat ‘het plezier in het werk’ ervaren wordt. Al stressend zal er geen of nauwelijks ruimte zijn voor een gezonde uitdaging.
Tips:
2.2 Complexiteit
Waar bij verbreding nieuwe begrippen en inhouden toegevoegd worden, zal men bij verdieping de complexiteit van de verwerking binnen dezelfde leerinhouden vergroten. Terwijl bij verbreding nieuwe begrippen en inhouden aan leerinhouden toegevoegd worden, wordt bij verdieping de complexiteit van de leerinhouden vergroot.
Niet binnen ieder bedrijf kan tot het gewenste complexiteitsniveau worden gewerkt. Het is dus belangrijk zicht te hebben op ‘wat maximaal haalbaar’ is binnen het leerbedrijf (en bij de leerling). Toenemende complexiteit houdt (bijna) automatisch in, dat er binnen het leerbedrijf vakspecialismen ontstaan. Maak hiervan gebruik door werknemers, die deze specialismen vertegenwoordigen, in te schakelen bij het leerproces.
2.3 Diversiteit
Als een leerling te lang met hetzelfde bezig is, zal zijn houding dit al vrij snel verraden. Het ‘hangen’ en anderen van hun werk houden zijn herkenbaar in een dergelijke situatie. Het is raadzaam om dit te voorkomen door (veel) afwisselend werk aan te bieden, hoewel een bepaalde techniek soms gewoon vaak moet worden geoefend. Met enkele leerlingen in competitie een bepaald leerdoel oppakken, geeft vaak een verbluffend resultaat, omdat de ene leerling voor de andere niet onder wil doen.
3.1 ‘Groei’ naar zelfstandigheid
Een leerling moet ‘groeien’ naar een zekere zelfstandigheid. Afhankelijk van de tijd die hij bezig is met zijn vak, zal hij zich op andere zaken richten.
In eerste instantie zal hij moeten wennen door goed op te letten en op de juiste manier uitgedaagd te worden. Vervolgens zal hij zelf ontdekken waar hij te kort komt, en moeite doen om dit aan te vullen. Terwijl bij verbreding nieuwe begrippen en inhouden aan leerinhouden toegevoegd worden, wordt bij verdieping de complexiteit van de leerinhouden vergroot. Zelfstandigheid heeft alles te maken met zelfvertrouwen. Dit kan slechts groeien met behulp van opbouwende kritiek en (zelf)bevestiging.
3.2 BPV-planning en -voortgang
De leerling is zelf verantwoordelijk voor het bijhouden van de voortgang. Dit is echter niet door iedere leerling direct uit te voeren, sommigen moeten daar naartoe geholpen worden. Dit doet u door met de leerling duidelijke afspraken over de manier waarop dit gebeurt. Hieronder vindt u een aantal voorbeelden van afspraken die u met een leerling zou kunnen maken:
• De leerling maakt voor datum 'x' een planning en houdt in een overzicht de voortgang bij. Op een vaste dag (bijvoorbeeld iedere maandag) maakt hij een gedetailleerde activiteitenplanning voor de komende week;
• De leerling verzamelt vooraf informatie over de taken die hij moet uitvoeren;
• De leerling maakt de opdrachten in de week waarin ze zijn gepland;
• De praktijkopleider beoordeelt en controleert de taken en opdrachten conform de daarover gemaakte afspraken tussen leerling en praktijkopleider;
• De leerling signaleert tijdig bij de praktijkopleider wanneer er afwijkingen in de planning dreigen te ontstaan.
Afspraken die u met de leerling maakt moet u vastleggen.
Betekenis van beroepshouding
Wanneer een leerling de opleiding heeft afgerond, heeft hij een diploma. Met dat diploma kan hij aan het werk. Hij solliciteert bij een bedrijf en wordt uitgenodigd voor een gesprek. De man of de vrouw, die een gesprek met de leerling heeft, verwacht dat de leerling een professionele beroepshouding heeft. Immers, deze heeft een diploma gehaald als assistent monteur, monteur, eerste monteur of technicus. De leerling weet dus hoe het moet.
Invloed op beroepshouding
Voor een goede beroepshouding zijn een aantal aspecten heel belangrijk.
Beschikt de leerling over de algemene competenties die de basis vormen voor een beroepshouding? Dit zijn:
Deze competenties kunnen teruggevonden en uitgedrukt worden in een aantal verhoudingsgetallen:
Waar of wanneer blijkt nu dat hij over deze competenties beschikt?
Dit blijkt uit:
1 De instelling of houding van de leerling
2 De eigenschappen die de leerling inzet bij het (goed) uitoefenen van een beroep.
3 De verzorging van de leerling zelf en van zijn werkomgeving
4 De vaardigheden: de dingen die de leerling (goed) kan
5 De actuele, beroepsspecifieke kennis: wat de leerling weet.
Het bovenstaande overziend lijkt het alsof een goede dosis algemene competenties in combinatie met beroepsspecifieke kennis garant staat voor een goede beroepshouding. Niets is minder waar, immers een goed verstand kan slecht - of erger nog - op een slechte wijze gebruikt worden.
Een beroepshouding creëren
Als je je bewust bent van je eigen grondhouding, kun je je wagen aan je beroepshouding. Een beroepshouding kan beschreven worden als een set van normen en waarden die je nodig hebt om een bepaald beroep uit te voeren. Het is een gedeelde visie van een groep mensen in een instelling.
School materialen, vakbladen of websites
Een school voor beroepsonderwijs heeft belangrijke materialen aangaande opleiden. Dit kunnen zijn:
• Boeken;
• CD’s met informatie, animaties of zelf-testen;
• Films;
• Materialen of onderzoeken uit andere landen;
De leerling zou het opleiden op school en op de werkplek moeten ervaren als één geheel. Daarom is het goed dat een praktijkopleider op de hoogte is van de belangrijkste leermiddelen die de school gebruikt. Het houdt tevens uw beroepsmatige kennis up–to-date. Aanvullend op het materiaal dat de school heeft zijn er ook andere instellingen zoals de Kamer van Koophandel of de kenniscentra die nuttige materialen kunnen hebben.
Elke sector heeft zijn eigen media zoals tijdschriften, kranten, websites met nieuws en fora. Deze kunnen uitgegeven worden door werkgeversorganisaties, kenniscentra of anderen. Stel voor de leerling een lijst op van belangrijke tijdschriften, websites, enzovoorts die je binnen het bedrijf gebruikt en maak deze zaken toegankelijk voor de leerling.
Bedrijfsprofielen en handleidingen
U heeft misschien nogal wat andere materialen die ingezet kunnen worden bij het opleiden:
• Bedrijfspresentaties
• Presentatiematerialen
• Werkinstructies
• Werk procedure beschrijvingen
• Product beschrijvingen
Verzamel passende materialen en gebruik ze op geordende wijze ten behoeve van het opleiden. Zorg voor een plek waar deze materialen opgeslagen kunnen worden, bijvoorbeeld een leerlingenkast. Gedurende de inwerkperiode zal de leerling vast veel over je organisatie leren wanneer je hem zelf een bedrijfspresentatie in elkaar laat zetten.
Materialen van toeleveranciers
Vaak publiceren toeleveranciers materialen ten behoeve van hun distributeurs (verkoopkanaal). Denk hierbij onder meer aan:
• Handleidingen en gedetailleerde productomschrijvingen
• Meetcurves/-diagrammen
• Schaalmodellen van hun producten
• Onderzoeksresultaten
Veel van dit soort producten kunnen ook gebruikt worden ten behoeve van het opleiden. Maar let er op dat toeleveranciers niet altijd onpartijdig zijn in hun weergave, bijvoorbeeld wanneer zij hun product vergelijken met dat van de concurrent.
Bronnen van informatie
Een van de taken van een praktijkopleider is de leerling te ondersteunen bij het zelfstandig leren. Dit betekent dat de leerling ook zelf op zoek moet gaan naar informatie. Maar tegenwoordig is het moeilijk om je weg te vinden omdat er bergen met informatie zijn. Daarom is het van belang dat de leerling weet waar hij de juiste informatie kan vinden.
Effectief zoeken in boeken, tijdschriften en op internet kan tijd besparen. Meerdere bedrijfsmedewerkers kunnen ook gespecialiseerde kennis bezitten die je nergens anders kunt vinden. Dus de leerling moet ook aangemoedigd worden om nieuwsgierig te zijn in zijn werk.
Bedrijfseigen materialen
Als u al eens eerder leerlingen hebt gehad, zult u misschien al materialen hebben die gebruikt kunnen worden voor opleiden. Als dat niet het geval is, is het misschien een goed idee om de papieren die u maakt samen te voegen voor de leerling. Hergebruik kan heel goed!
Het bedrijfseigen materiaal kan ook slaan op materialen die voor een heel andere gelegenheid gemaakt zijn, zoals:
• Schaderapporten
• Presentaties voor klanten
• Een handboek voor een nieuwe machine
• Oefeningen die zijn toegesneden op leerlingen, voordat ze losgelaten worden in de productie.
Schaderapporten zijn goed leermateriaal, omdat hierbij geleerd wordt van fouten van anderen.
Internet
Internet begint de meest gebruikte informatiebron te worden. Dit is vooral het geval voor jonge mensen die immers opgegroeid zijn met computers. Maar het gebruik van internet kan nogal tijdrovend zijn en kan op velerlei manieren afleiden van de initiële vraag. Geef de leerling daarom een lijst met URL’s van relevante websites.
Boeken
Het is verstandig om de boeken die worden de school gebruikt eens te bekijken. Misschien kunt u er uw eigen kennis ook nog mee opwaarderen?
De kenniscentra kunnen u misschien ook helpen door boeken, cd’s of andere opleidingsmaterialen aan te bevelen.
Vakbladen
Misschien heeft u een mening over de kwaliteit van de verschillende vakbladen. Laat deze bladen eens aan uw leerling zien. U kunt ook verwijzen naar internationale uitgaven. Misschien kan de leerling met suggesties komen? Dat geldt in het bijzonder wanneer de leerling uit een ander land komt; een land waar het bedrijf normaal gesproken geen of weinig contact mee heeft. En misschien heeft de school ook wel nieuwe of interessante vakbladen aan de leerling laten zien.
Collega’s
‘Stomme vragen’ zouden toegestaan moeten worden. Ervaren collega’s zijn hun gewicht in goud waard! Wijs leerlingen door naar collega’s die weten wat hij leren moet. En vertel deze collega’s dat deze leerlingen hun ervaring nodig heeft. Er zijn altijd collega’s die vooral goed zijn in het bijblijven op het gebied van de nieuwste ontwikkelingen of het vinden van de juiste oplossing voor een probleem.
Van het delen van informatie wordt je echt niet armer! In tegendeel waarschijnlijk zul je er regelmatig wat voor terug krijgen. En wanneer je je toegankelijk en bereidwillig opstelt dan draagt dat bij aan een goed werkklimaat.
Ontwikkeltrends en bedrijfsinnovatie
In welke richting gaat de ontwikkeling in uw sector en in uw bedrijf?
Op welke manier heeft de ontwikkeling van het bedrijf invloed op de benodigde ontwikkeling van de medewerkers?
Welke soort innovatie vindt momenteel plaats binnen uw bedrijf? Wat betekent dit voor het dagelijks werk (van de leerling)? Overweeg eens om een informatiebijeenkomst te organiseren (binnen of buiten het bedrijf) om deze innovatie toe te lichten.
Klanten
Tegenwoordig zijn klanten niet alleen maar kopers meer die de voorkeur geven aan onze producten en diensten. Klanten worden meer en meer betrokken bij het proces van ontwikkelen van de producten of diensten. In zo’n geval is er meer sprake van een partner dan van een klant.
Bedrijven zetten enquêtes uit, waarin klanten hun meningen kunnen geven of waarin ze suggesties kunnen doen. Belangrijke klanten krijgen vaak maatwerkoplossingen en spelen normaliter een rol in het ontwikkelproces van deze oplossingen.
De leerling zal ook best eens te maken krijgen met kritiek van de klant of juist leuke suggesties. Hoe werkt de leerling samen met de klant? Is het wel toegestaan om met klanten samen te werken? En als dat dan zo is, tot hoever dan? Bedenk dat het omgaan met klanten een geweldige leerervaring is!
Toeleveranciers
In sommige sectoren worden leveranciers beschouwd als “vaste” partners. Dit is bijvoorbeeld het geval in de automobielindustrie, waar importeurs een belangrijke rol spelen. Of uw bedrijf is zelf een toeleverende partij en partner voor één of meer belangrijke klanten.
• Hoe werkt u samen met uw leveranciers?
• Heeft u stabiele contacten?
• Wordt de leerling betrokken bij deze contacten?
• Zo ja, hoe dan?
Overige partners
Er kunnen nog meer partners zijn die deel uit maken van de externe betrekkingen van het bedrijf. U heeft waarschijnlijk een netwerk van organisaties en personen die elkaar helpen. Dit kan betrekking hebben op uw productieproces maar net zo goed op uw opleidingsproces.
Uw opleidingscoördinator zou bijvoorbeeld kunnen samenwerken met brancheorganisaties, zusterorganisaties of opleidingsinstituten. Misschien wel met sportclubs of liefdadigheidsorganisaties die de lokale gemeenschap ten goede komen. Dat geeft een flinke impuls, ook aan de medewerkers van het bedrijf. Is het samenwerken met organisaties deel van uw bedrijfsstrategie? Kan de leerling hier bij betrokken worden?
Samenwerkingsovereenkomsten met scholen voor beroepsonderwijs
Op sommige scholen voor beroepsonderwijs zijn er zogenaamde convenanten opgesteld, om meer samenwerking te krijgen tussen de school en de omringende bedrijven. De leerling en de praktijkopleider spelen hier een belangrijke rol in. U kunt het opleidingsplan van de leerling gebruiken als beginpunt.
Als kennis- en adviescentrum voor technisch vakmanschap richt Kenteq zich op 140 beroepen in de techniek. Elke vakman en leerling op mbo-niveau helpen wij om zichzelf te ontwikkelen op elk moment in zijn loopbaan. Daarvoor bieden we producten en diensten die waarde toevoegen aan het vakmanschap in Nederland.
Ik heb een vraag
Bel mij terug
Postbus 81, 1200 AB Hilversum
Olympia 6-8, 1213 NP Hilversum
T 088 - 444 99 00
F 035 - 750 45 46
E serviceteam@kenteq.nl