| JobCoach |
Crebo: 94271 2009-2010 |
||||||
| Monteur elektrotechnische installaties | |||||||
|
Welkom in deze JobCoach! JobCoach staat voor BeroepsBegeleiding en dat betekent leren in de praktijk. Praktijkleren is een belangrijk deel van je opleiding. Als je hiervoor slaagt, zet je een grote stap naar het behalen van je diploma Monteur elektrotechnische installaties. De jobcoach helpt jou, je praktijkopleider en je docent bij een goede voortgang van het praktijkleren. | |||||||
| |||||||
|
Zelf formulieren invullen Met de vijf formulieren in de jobcoach breng je in kaart welke werkzaamheden je hebt gedaan, hoe dit is gegaan en hoe je je hebt ontwikkeld. De meeste formulieren vul je zelf in. Je praktijkopleider ondertekent ze als hij het met je eens is. En je docent bekijkt de formulieren regelmatig zodat hij weet hoe het gaat met je praktijkopleiding. Moeilijk? Valt mee hoor! Sommige formulieren zien er misschien wat ingewikkeld uit en wie weet kom je woorden tegen die je niet kent. Laat je daardoor niet afschrikken. Je praktijkopleider wil je vast helpen. En als je eenmaal weet hoe het werkt, vul je de formulieren met gemak zelf in. Hieronder leggen we uit hoe je met de verschillende formulieren moet omgaan. 1. Overzicht uitgevoerde opdrachten Dit formulier geeft een totaaloverzicht van alle opdrachten die je hebt uitgevoerd. Na iedere opdracht vul je op formulier 2 in wat je voor deze opdracht hebt moeten doen. Die gegevens neem je vervolgens over op formulier 1: het overzicht van uitgevoerde opdrachten. Je hoeft hier alleen maar aan te kruisen wat je hebt gedaan. Maak je daarbij niet druk of je bij iedere taak wel genoeg kruisjes hebt staan. Dit formulier is alleen bedoeld om alle gegevens te verzamelen. Je praktijkopleider en je docent kunnen zo goed zien of je de juiste dingen leert. 2. Formulier opdracht Dit formulier vul je in als je een opdracht hebt afgerond. Dat is belangrijk omdat je daarmee kunt aantonen welke werkprocessen je hebt uitgevoerd. Je vult alleen de opdrachten in die echt te maken hebben met het vak waarvoor je leert. Als de praktijkopleider je bijvoorbeeld vraagt even op te ruimen, dan hoef je dat niet te noteren. Op het formulier hoef je alleen maar aan te kruisen welke werkzaamheden je hebt gedaan. Daarnaast geef je heel kort – in een paar woorden – een toelichting. Doe het netjes maar besteedt er niet teveel tijd aan. Als je het formulier heb ingevuld, laat je het aan je praktijkopleider zien. Als hij ermee akkoord is, ondertekent hij het. 3. Uitgewerkte opdracht Af en toe zal je docent je vragen een opdracht wat verder uit te werken. Hierbij gaat het erom dat je zelf beoordeelt hoe je vindt dat het is gegaan. In overleg met je docent bepaal je van welke opdracht je dat gaat doen. Voor je beoordeling gebruik je het formulier ‘Uitgewerkte opdracht’. Het formulier begint met een paar ‘open vragen’ die je zelf kunt beantwoorden. Daarna volgt een hele lijst met taken die je mogelijk hebt uitgevoerd. Links zie je een beschrijving van de taken. Daarnaast - in het midden - zie je wat er bij zo’n taak van je wordt verwacht. En rechts kun je aankruisen hoe je vindt dat je het hebt gedaan: goed, ruim voldoende, voldoende, twijfelachtig of onvoldoende. Als je klaar bent met invullen, laat je het formulier lezen aan je praktijkopleider. En als hij het eens is met jouw beoordeling, dan ondertekent hij het formulier. 4. Beoordeling competenties Dit formulier vult je praktijkopleider in. Meestal met vaste regelmaat en als je docent erom vraagt. De andere formulieren – die jij zelf hebt ingevuld – helpen hem daarbij. Het formulier is bedoeld om in kaart te brengen welke competenties je al hebt verzameld. De docent kan daarmee goed volgen hoe je praktijkopleiding verloopt. 5. Evaluatie Dit formulier vul je samen met je praktijkopleider in. Evalueren is achteraf beoordelen hoe iets is gegaan. Door tussentijds – regelmatig tijdens je praktijkopleiding – te evalueren, is steeds duidelijk wat je al kent en kunt en wat je nog moet leren. Als je dat goed doet, werk je vanzelf toe naar een goede eindevaluatie. Samen met je praktijkopleider bespreek je wat je al hebt gedaan met behulp van formulier 1 en soms ook formulier 3. Daarna bespreek je samen hoe jullie verder zullen gaan. Wat je nog kunt verbeteren. En wat je nog moet leren om alle competenties te verwerven. En ten slotte maken jullie samen een plan van aanpak voor het vervolg van de praktijkopleiding.
Quickstart en overview Meer over het beroep waarvoor je leert en de competenties die daarbij horen, lees je in de hoofdstukken ‘Quickstart’ en ‘Overview’. Quickstart geeft een beknopt overzicht en Overview een uitgebreide uitwerking daarvan. In deze hoofdstukken kun je dus precies lezen wat er van je verwacht wordt als je straks je diploma hebt behaald en daarmee aan het werk gaat. Ten slotte Als je dit allemaal zo leest, lijkt het misschien moeilijk en/of heel veel werk. Maar dat valt echt erg mee. De formulieren zijn zo gemaakt dat je ze snel kunt invullen. De eerste keren misschien met hulp van je praktijkopleider. Daarna kun je het vast zelf. En het is ook leuk om te doen. Op deze manier hou je voortdurend je eigen ontwikkeling in de gaten. Je kunt steeds zien hoe je je in je werk ontwikkelt. En ook waar je nog kunt verbeteren. Bovendien lever je hiermee zelf een bijdrage aan je eigen beoordeling. Samen met je praktijkopleider en je docent zorg je zo voor een geslaagde praktijkopleiding. Succes! | |||||||